Uit de praktijk van een leefstijlcoach – vermoeidheid

Ze kwam bij me langs. Ze leed aan vermoeidheid. Ze was uitgeput eigenlijk. Ze was blij als ze ’s avonds naar bed kon. En toch sliep ze slecht ’s nachts. Of liever gezegd: te kort. Ze sliep snel in, maar ze lag vaak alweer vroeg wakker. En dan ging ze nadenken over van alles en nog wat. Wat ze nog allemaal moest doen. Wat ze niet mocht vergeten. Over haar zieke moeder die nu wat extra hulp nodig had. Over het verjaardagsfeest van haar zoon. En oh ja, er moest nog op school getrakteerd worden. Over dat project op haar werk waarvan de deadline nu toch wel in zicht komt. En vond ze haar werk eigenlijk nog wel leuk? Ze zou eens wat vaker moeten gaan sporten, maar hoe kreeg ze dat in haar drukke schema ingepland?

Vervelend. Je bent moe en toch kun je niet slapen. En als je wakker wordt, gaat de gedachtestroom meteen aan. Het is een veelgehoorde klacht. En het is niet erg als je een keertje niet kunt slapen. Maar als het vaker gebeurd, dan wordt het tijd om eens na te denken over de mogelijke oorzaken.

Ik vroeg haar hoe lang ze hier al last van had. Ze dacht even na. Eigenlijk al een hele tijd. Ze kon zich niet meer herinneren wanneer het was begonnen eigenlijk. Ze liep er dus al behoorlijk lang mee rond.

Urgentie

Ik vroeg haar wat maakte dat ze nu naar mij toe was gekomen. En niet eerder. Of later. Wat maakt dat het nu een probleem is en dat er nu iets aan gedaan moet worden?

Ze hoefde daar niet lang over na te denken. Ze was nu alweer voor de tweede keer achter elkaar heel erg verkouden en ze had het vermoeden dat dit samenhing met het slechte slapen. Ook merkte ze dat haar humeur er niet beter op werd. En ze begon ongeduldig te worden tegen de kinderen, in het verkeer, in de rij bij de kassa. Ze herkende zichzelf eigenlijk niet meer. En haar omgeving begon er nu ook last van te krijgen. Dus die drongen aan op actie. Ze was al naar de huisarts geweest. Die had haar bloed onderzocht en haar bloeddruk. Maar daar was niets alarmerend uitgekomen. De huisarts kon geen medische oorzaak voor het slechte slapen vinden en kon niet meer doen dan tijdelijk een slaapmiddel voorschrijven. Maar dat wilde ze liever niet. En toen dacht de huisarts aan een leefstijlcoach. Die kijkt verder dan naar alleen het slaapprobleem. En zo was ze bij mij gekomen.

Integrale vitaliteitscheck

Samen gingen we na wat de reden van de vermoeidheid zou kunnen zijn en wat er dan aan gedaan zou kunnen worden.

Na de intake vulde ze de Integrale Vitaliteitscheck in (ook wel Balanstest genoemd). En dat bleek wel een eyeopener. Vanwege haar slaapproblemen scoorde ze op het aandachtsgebied Fysieke gesteldheid (FQ) niet zo hoog. Dat was te verwachten. Maar ook op de andere vlakken (zingeving (SQ), mentaal (IQ), sociaal-emotioneel (EQ) en pro-activiteit) scoorde ze niet zo hoog. En daar was ze wel even stil van.

“Ik dacht dat ik alles wel goed voor elkaar had”, zei ze. “Maar als ik dit zo zie, is er ruimte voor verbetering.”

Ik leefde met haar mee en moest tegelijkertijd glimlachen. Zo, aanpakken die handel. Een puntje gescoord op pro-activiteit.

Ik vroeg haar waar ze mee wilde beginnen. Ze bekeek de uitslag van de Vitaliteitscheck nog eens een keer en zei toen: als je het van te voren aan me had gevraagd, had ik niet voor zingeving (SQ) gekozen. Maar als ik nu zie wat daaronder wordt verstaan, dan denk ik dat een hogere score op dit vlak dit me enorm gaat helpen. Want eerlijk gezegd heb ik geen idee meer van wie ik ben, wat ik wil, waar ik voor sta en wat ik allemaal kan. En kalm en zelfverzekerd ben ik al helemáál niet meer.”

Wat is belangrijk (SQ)

En zo begonnen we met een waarde-oefening. Ik vroeg haar waar ze de grootste energielek had: thuis of op het werk. Ze dacht dat dit thuis was. Wat eigenlijk een heel verdrietige constatering was. Want ze vond eigenlijk dat thuis de plek zou moeten zijn waar ze haar batterij weer kon opladen.

Om haar waarden in kaart te brengen stelde ik haar vragen als:

  • Wat is belangrijk voor jou?
  • Wat moet er goed gaan?
  • Waar let je vooral op?
  • Wanneer is jouw dag geslaagd?

We zochten samen 10 waarden uit. Daarna hebben we onderzocht wat nu het meest belangrijk voor haar was. Uiteindelijk ontstond er een top 3 van waarden: betrokkenheid, plezier en spontaniteit.

Waar wringt de schoen

Ik vroeg haar of deze waarden in voldoende mate aanwezig zijn in haar huidige privésituatie. En dit bleek eigenlijk niet zo het geval te zijn. Ze miste het plezier. Ze was continue hard aan het werk. Het huishouden, de kinderen en haar ouders. Ze had weinig tijd om eens bij te kletsen met vrienden. Ze zorgde ervoor dat alles op rolletjes liep en stond eigenlijk altijd voor iedereen klaar. Ze dacht aan alles. Haar hoofd zat vol. Ze miste daarbij de betrokkenheid van haar man. Die had het ook al tijden heel erg druk op zijn werk. Overwerk. Vroeg op en laat thuis. Zo zachtjes aan was zijn inbreng in het gezin steeds minder geworden. En kwam er meer op haar schouders neer. En zo was het gezin ook meer en meer een planningsactiviteit geworden, met weinig ruimte voor spontaniteit.

Ze was even stil van dit inzicht. En toen zei ze: weten is één ding. Maar hoe krijg ik hier nu verandering in?

Hulp vragen (EQ en IQ)

Ik vroeg haar wat ze zou kunnen doen om meer naar haar waarden te kunnen leven. Het eerste wat in haar opkwam was om de betrokkenheid van haar man bij het gezinsleven te vergroten. Maar ja, dat vond ze wel moeilijk, want hij had het echt heel erg druk op zijn werk. En dat deed hij ook voor het gezin. Ze kon toch moeilijk méér van hem vragen? Ze keek me aan. “Maar ik heb behoefte aan een andere manier van betrokkenheid.” We spraken af dat zij het gesprek met haar man zou aangaan om te onderzoeken op welke andere manier hij meer betrokken kan zijn bij het gezinsleven, zodat zij daardoor ondersteund kon worden.

Wat nog meer? Wie of wat kan er nog meer helpen bij betrokkenheid? Ze moest denken aan de kinderen. Die waren nu oud genoeg om een beetje mee te helpen in het huishouden. Ze konden in ieder geval hun eigen kamer opruimen en schoonhouden. Dat scheelde alweer.

En qua betrokkenheid kon zij zelf misschien iets minder tijd besteden aan haar moeder, maar wel zorgen dat haar moeder de hulp kreeg die ze nodig had. Ze kon eens samen met haar moeder met de thuiszorg gaan praten over hulp in de huishouding.

Ze bekeken we ook hoe ze meer plezier kon hebben. Ze vond het wel moeilijk om het uit te spreken, maar eigenlijk vond ze dat ze één avond in de week voor zichzelf moest vrij houden, zodat ze iets kon doen wat ze zelf leuk vind.

En de spontaniteit? Daar zou vermoedelijk wel meer ruimte voor komen, als er minder op haar bordje lag. Al vond ze dat wel moeilijk, want het is nu eenmaal zo dat er van alles te doen is in een huishouden. En ja, zei zag dat sneller dan haar man. Dat de wasmand vol zat en dat de vloer nodig gedweild moest worden. Ze had de planning in haar hoofd. Zij had de contacten met school.

Wat is het eerste waar ze mee kan beginnen (pro-activiteit)

Ze zou als eerste met haar man kunnen gaan praten. Om te kijken of het mogelijk was dat hij minder zou overwerken. Misschien iets vaker op tijd thuis kon zijn, zodat hij een keertje kon koken.

Daarnaast zou ze met haar moeder gaan praten over de thuishulp.

En de kinderen konden vanaf vandaag al beginnen met het schoonhouden van hun kamer.

Ik vroeg haar hoe zou ze de betrokkenheid van haar man nóg meer zou kunnen vergroten? Ze wist het niet direct. “Stel je eens voor dat de planning niet in jouw hoofd zou zitten, maar op een familieplanner staat? Hoe zou dat zijn?” Of er een kwartje viel. En kwam meteen een soort van rust over haar heen. Daar had ze nog nooit over nagedacht. Zo kon haar man ook zien wat er allemaal gedaan moest worden en kon hij daarbij helpen. Bovendien: “Als een planning op papier staan, dan hoef je er niet steeds ’s nachts over na te denken.”

Met een mooi actielijstje ging ze huiswaarts.

Kleine veranderingen, een groot effect

Ik heb er het vertrouwen in dat ze in deze coachsessie wel een heel belangrijke stap heeft gezet in het beter kunnen slapen ’s nachts. In ieder geval gaat ze beter voor zichzelf zorgen door hulptroepen in te zetten, vaker iets voor zichzelf te doen en een familieplanner aan te schaffen. En dat is een hele winst met vermoedelijk een groot positief effect op haar mentale en fysieke gezondheid.

Over 2 weken komt ze op een nieuwe afspraak en weten we wat het haar heeft opgeleverd.

 

Ben jij ergens ontevreden over? Heb je een energielek? Heb je het gevoel dat de samenwerking thuis of op het werk beter zou kunnen? Breng dan eens jouw waarden in kaart. Onderzoek in hoeverre daaraan uiting wordt  gegeven in jouw dagelijks leven. En als je iets mist: hoe kun je er dan voor zorgen dat het beter wordt?

 

Met mindfulness jouw doelen bereiken

Hoe doen anderen dat toch?
Mij lukt het nooit…
Het is veel te moeilijk…
Er is niemand die mij helpt…
Ik weet niet waar ik moet beginnen…

Heb jij ook zo’n last van dat kritische stemmetje in je hoofd?

Je wilt iets bereiken, maar het lukt niet

Veel gehoord: je wilt iets veranderen. Ergens mee stoppen. Of ergens aan beginnen. Maar het lukt je gewoonweg niet. Of het begin lukt wel, maar daarna stokt het. Je vervalt weer in je oude patroon.

Hoe kan dat toch? Want je wilt het toch zo graag! Je wilt toch:
– afvallen
– meer gaan bewegen
– stoppen met roken
– minder alcohol drinken
– eerder naar bed
– minder tv kijken
– minder stressen en meer ontspannen
– …(vul hier jouw goede voornemen in)

Hoe zou het zijn als dat nu eens wel zou lukken?
Wat zou dat jou opleveren? Hoe zou je je voelen? Wat zou het met je doen?

Mensen zijn gewoontedieren

Weten wat je wilt bereiken én weten wat het je oplevert, dat is vaak nog niet voldoende om daadwerkelijk die verandering te bereiken. Gek toch? Hoe kan dat nou?

Dit komt door onszelf, door de manier waarop wij de dingen doen die we doen. Wij mensen zijn namelijk ontzettende gewoontedieren. We doen veel dingen zonder erover na te denken. Gewoon op de automatische piloot. Zo functioneren we namelijk het beste.

Ons brein beschermt ons

Als we iets moeten gaan doen, wat we niet gewend zijn, dan slaat ons brein alarm. “Hee hallo, zo zijn we het niet gewend. Doe eens even normaal!”

En misschien herken je die reactie van jouw brein wel. Bijvoorbeeld omdat je heel erg zenuwachtig wordt als je iets doet, wat je nog nooit hebt gedaan. Dat je klotsoksels krijgt, of trilhanden. Een droge mond. Slappe knieën. Dat je uitstelgedrag vertoont.

En soms kom je gewoonweg niet eens in actie. En misschien merk je dat je dan dingen tegen jezelf gaat zeggen als:
– ja maar, het is toch ook niet zo nodig?
– ja maar, het is toch ook helemaal niet erg?
– ja maar, ik ben niet de enige die dat zo doet.
– ja maar, zo ben ik nu eenmaal.
– ja maar, wat haal ik me nu ook in mijn hoofd, ik kan dat toch helemaal niet?
– ja maar, zo doen wij dat nooit.
– ja maar, daar weet ik nog niet genoeg over, ik ga het eerst eens onderzoeken.
– ja maar….(wat zeg jij tegen jezelf?)

Dit zijn allemaal excuses. Jouw brein wil namelijk heel graag dat je de dingen blijft doen, zoals je het altijd al deed.

En dat doet het brein om jou te beschermen. Tegen stress, mislukking, verdriet, pijn of angst.

Je moet je snufferd stoten om te groeien

Dat is een super mooi mechanisme. Maar het kan je ook in de weg zitten. Het kan ervoor zorgen dat je helemaal niet start aan nieuwe dingen. En het kan er ook voor zorgen dat je heel snel het bijltje erbij neergooit. “Nee hoor, dit is niks voor mij. Dit werkt niet. Bij mij gaat het anders.”

Wees eens eerlijk? Dat heb je wel eens gedacht toch?

Maar denk eens aan toen je nog een klein kind was. Toen je nog moest leren lopen. Dat ging niet van de ene op de andere dag. Daar heb je flink voor moeten oefenen. En daarbij heb je jouw grenzen verlegd. Je bent uit je comfortzone gekropen. Bij de eerste de beste val moest je misschien wel even huilen, maar het stopte jou niet om door te gaan, om het nog eens te proberen. Je zette door. Niks: “ja maar het is toch ook niet zo nodig. Of: “ja maar, zo ben ik nu eenmaal.”

Dus: werken aan je doel, is:
– uit je comfortzone komen en de dingen anders doen of nieuwe dingen doen
– geen excuses hebben
– doorgaan. Ook al val je op je snufferd, ook al lukt het niet meteen: je geeft niet op, je begint steeds opnieuw.

Stel jezelf eens de volgende vragen:
– kijk naar je doel: welke gewoonte moet je veranderen om je doel te bereiken?
– heb je het al vaker geprobeerd om die gewoonte te veranderen? Welke excuses heb je gebruikt toen je merkte dat het niet lukte?
– wat zou de werkelijke boodschap van je brein kunnen zijn geweest? Waar probeert jouw brein je voor te behoeden? Welke pijn, verdriet of angst zit er achter?

Als je hierin meer inzicht hebt, kun je eraan werken om je pijn, het verdriet of de angst te verminderen. Ik heb hiervoor diverse technieken en methoden beschikbaar.

Doorbreek je patronen

Zoals gezegd: mensen zijn gewoontedieren. We doen veel dingen op de automatische piloot. Zonder erbij na te denken. Misschien heb je dat wel eens gemerkt bij het autorijden. Als je vaak dezelfde route neemt, dan doe je dat zonder dat je er echt met je hoofd bij bent. Je kunt zelfs met je gedachten afdwalen, zonder dat er ongelukken gebeuren. En ineens ben je op de plek van bestemming.

Zo gebeurd dat ook met andere dingen. We doen heel veel zonder er bewust bij na te denken. Of we doen het terwijl we in gedachten met iets anders bezig zijn. Zoals tanden poetsen, de was opvouwen, ’s avonds na het eten op de bank ploffen, je smartphone checken tijdens een gesprek met iemand anders, of eten voor de tv.

Je herkent het misschien doordat je zegt (of mensen hoort zeggen):
– Ineens was het zo…
– Ik deed het al voor ik er erg in had…
– Voor ik het wist…

Als je een gewoonte wilt veranderen, dan zul je jezelf eerst bewust moeten worden van die gewoonte en hoe je dat dan precies doet.

Dat dropje zit niet ineens zomaar in je mond. Daar moet je iets voor doen. Denk eens terug naar hoe dat zo gekomen is. Wat deed je en wat deed je daarvoor en wat deed je daar weer voor. Stapje voor stapje terug. Maak bewust wat je onbewust hebt gedaan.

Mindfulness is de sleutel

Als je dit stap voor stap terugloopt, dan kom je op het moment waar je ook een andere keuze had kunnen maken. Die andere keuze had je misschien wel gemaakt, als je er met je gedachten beter bij was geweest. Als je meer mindful was dus.

Je had een stuk fruit kunnen pakken, in plaats van drop. Of je had een glas water kunnen drinken.

Je had een stukje kunnen gaan lopen, in plaats van voor de tv ploffen. Of je had kunnen gaan strijken.

Je onderbreekt hiermee een patroon. Een gewoonte. Je maakt daarmee actief nieuwe neurale verbindingen aan in je brein. En als je dat maar vaak genoeg doet, dan wordt je nieuwe gedrag ook weer een gewoonte.

Het beste werkt het als je iets geheel anders gaat doen dan de gewoonte die je wilt veranderen.

Zo hoorde ik een verhaal van iemand die wilde stoppen met roken. Op het moment dat hij merkte dat hij de behoefte had om een sigaret aan te steken, ging hij douchen. En als hij ergens was waar hij niet kon douchen, dan ging hij zijn handen wassen. Hij gebruikte dus geen e-sigaret, of nicotinekauwgom. Maar hij ging iets heel anders doen. Daarmee ging het moment dat hij trek had in die sigaret, voorbij. Voor hem werkte dat heel goed. Hij is daarmee van zijn rookverslaving af gekomen.

Zo kun je ook de hond gaan uitlaten als je merkt dat je zin hebt in een late-night-snack voor de tv. De tafel alvast dekken voor het ontbijt de volgende dag. Of je tas alvast inpakken voor de volgende dag. En je kunt natuurlijk ook je partner een dikke zoen geven!

Voor de echte sportievelingen onder ons een paar push-ups doen als je merkt dat je zin hebt om een biertje te pakken. Of de trap op en neer lopen.

Nou zeg je misschien: ja maar, dat is wel een beetje stom. Dat gaat niet werken. Lees dan het bericht van vorige week maandag nog maar eens. Dat is je brein wat jou in je comfortzone wilt houden. Geen probleem hoor. En als je daar naar wilt blijven luisteren vind ik dat prima.

Maar dan verandert er ook niks.

Als je doet wat je altijd al deed, zul je krijgen wat je altijd al kreeg

Wil je een ander resultaat, dan zul je iets moeten veranderen.

Dus:
– welke automatische gewoonte wil je veranderen
– hoe doe je die gewoonte (werk dit stap voor stap voor stap uit)
– wat is het moment dat je die gewoonte nog kunt stoppen of onderbreken
– welke andere bezigheid kun je ervoor in de plaats doen

Je zult zien dat het werkt.

Ik wens je veel succes!

 

Energiegebrek? Herstel de balans tussen energiegevers en energienemers

Heb jij last van een gebrek aan energie? Ervan uitgaande dat er geen medische oorzaak is, wil ik je graag wat tips geven zodat je er iets aan kunt doen.

Merk jij dat je jouw batterij moeilijk opgeladen krijgt? Dit kan te maken hebben met een disbalans tussen jouw energiegevers en energienemers. Lees hier hoe je daar iets aan kan doen!

Het start met bewustwording

Het begint (zoals altijd) met bewustwording. Om iets te kunnen veranderen moet je je er eerst bewust van worden. Sta daarom eens wat vaker stil bij de dingen die je ‘gewoon’, op de automatische piloot doet:

  • Wat doe je
  • Waarom doe je dat
  • Wat denk je daar bij
  • Hoe voel je je als je de dingen doet die je doet

Energiegevers en energienemers

Met name de laatste vraag (Hoe voel je je als je de dingen doet die je doet) is een belangrijke vraag. Je zult merken dat sommige dingen energie kosten en sommige dingen juist energie geven. Soms kun je een hele drukke dag hebben en toch aan het einde van de dag nog energie over hebben. En soms heb je eigenlijk niet zo heel veel gedaan, maar ben je ’s avonds behoorlijk moe en afgedraaid. Herkenbaar?

Soms lukt het onvoldoende om je batterij op te laden. Dan doe je veel te veel dingen die je energie kosten en dan raak je uit balans. Je raakt je energie kwijt. Met alle gevolgen van dien. Futloos zijn, geïrriteerd raken, weinig geduld hebben, gestrest zijn, geen zin om te bewegen of te sporten, geen zin om gezond te koken/eten, troost of steun zoeken in snoepen en snaaien (chocolade?), of je verliezen in verslavingen zoals alcohol of roken.

Wat kun je doen om je energieniveau te verhogen?

Allereerst is het belangrijk om te weten wat je energiegevers en energienemers zijn.

Een eenvoudige oefening kan daarbij helpen:

  • Hou eens een week lang twee lijstjes bij
  • Schrijf op de ene lijst wat je energie heeft gegeven (energiegevers)
  • Op de andere lijst wat je energie heeft gekost (energienemers)

Kijk vervolgens welke energienemers je kunt vermijden. Bijvoorbeeld door het anders aan te pakken, je er niet meer druk over te maken (ik weet het, makkelijker gezegd dan gedaan), of iemand anders te vragen het voor je te doen (zeg eens NEE).

Kijk dan wat je energiegevers zijn. Kun je daar meer tijd aan besteden? Kun je het vaker doen? Of voor een langere periode? Kun je meer of andere energiegevers vinden die je kunt gaan doen?

Maak van een energienemer een energiegever

Soms kun je van een energienemer een energiegever maken. Bijvoorbeeld door er een andere gedachte bij te hebben. Want soms is iets een energienemer, omdat je vindt dat je het móet doen (terwijl je er eigenlijk geen zin in hebt). De gedachte van moeten maakt vaak dat je bijna automatisch een weerstand tegen hebt. Als je in gedachten op zoek kunt naar een andere reden, dan kun je hiermee dezelfde activiteit van een energienemer in een energiegever veranderen.

Als je bijvoorbeeld iets doet voor een ander, omdat het nu eenmaal moet, of omdat het zo hoort, dan kan het zijn dat de activiteit een energienemer voor je is. Kijk eens of je er een andere gedachte voor in de plaats kunt zetten. Bijvoorbeeld omdat je de ander ergens heel blij mee kunt maken, of omdat de ander je daar heel dankbaar voor is. Zo ervaar je de activiteit op een andere manier. Je krijgt er een ander gevoel bij. En zo kan diezelfde activiteit van energienemer in een energiegever veranderen.

Het zijn vaak je gedachten over een activiteit die bepalen of het je energie geeft, of juist energie kost.

En misschien kun je een energiegever aan een energienemer koppelen. Zo vind ik strijken een verschrikkelijke activiteit. Maar als ik mijn favoriete muziek aanzet tijdens het strijken, dan is het een stuk minder erg. En soms ga ik er zelfs een beetje bij dansen. Zo wordt strijken ineens een hele andere gebeurtenis!

Meer energiegevers leidt tot een betere gezondheid

Minder energienemers en meer energiegevers. Je zult zien dat het tot een sneeuwbaleffect leidt. Je krijgt niet alleen meer energie. Maar er zullen ook andere positieve effecten optreden.

Want als je meer energie hebt, zit je beter in je vel. Je krijgt een beter humeur. Je hebt meer geduld. Bent minder snel geprikkeld.

Je hebt ook meer energie om beter voor jezelf te zorgen. Tenminste, dat is mijn ervaring. Meer energie om nog even boodschappen te doen en een gezonde maaltijd te koken. Meer energie om te bewegen of te sporten, waardoor je minder tijd voor de tv of ander beeldscherm doorbrengt. Voor veel mensen is dit ook een moment dat ze snaaien en snacken, dus minder beeldschermtijd leidt tot minder snaaien en snacken. Je zou zo maar eens wat overtollig gewicht kunnen kwijtraken. En door beter te eten en meer te bewegen krijg je nóg meer energie. 

Zo leidt een investering in je energiegevers tot een gezondere leefstijl, zowel mentaal, als fysiek.

 

Ik ben benieuwd wat deze tip je oplevert!

Betere communicatie met deze 7 tips

Communiceren. We doen het de hele dag. Actief en bewust, wanneer we met anderen praten. Of in onszelf. Maar een groot deel van onze communicatie verloopt ook onbewust. Omdat we niets zeggen, maar wel iets uitstralen door onze gezichtsuitdrukking, of onze lichaamshouding, of de snelheid van onze bewegingen. Ook als je niet communiceert, communiceer je. De ander interpreteert jouw non-verbale communicatie en reageert daar op.

Wanneer spreek je van een communicatieprobleem?

Je kunt spreken van een communicatieprobleem, als de ander jouw boodschap niet begrijpt. Of als jij de ander niet begrijpt.

Je zegt iets tegen elkaar, maar je begrijpt het allebei op een andere manier.  

Soms leidt dit tot misverstanden. En daar kun je dan woorden over krijgen. Dat is vervelend. Niemand wil graag ruzie toch? Maar doordat je de dingen uitpraat, kom je er wel achter waar het misging, waarom de ander jou anders had begrepen. En daarmee kun je jouw communicatie aanpassen, zodat het de volgende keer beter gaat.

Het kan ook zijn dat er een communicatieprobleem is, zonder dat dit leidt tot een conflict. Een mooi voorbeeld zag ik deze week in dit filmpje.

Wat doe je als er een communicatieprobleem is, maar er wordt niets gezegd?

Maar hoe doe je dat dan als er een communicatieprobleem ontstaat, omdat er niets wordt gezegd, maar er wel heel veel wordt gedacht en vervolgens op basis van die gedachten wordt gehandeld?

Een voorbeeld: ik heb een tijdje met een collega op 1 kamer gewerkt. En nu was het delen van een kamer voor ons beiden geen vanzelfsprekendheid. Er waren momenten dat het niet echt gezellig was en de sfeer een beetje ‘om te snijden’ was. Ik dacht dan: hij zal het wel zwaar hebben, zeker een slecht weekeinde gehad. Ik val hem maar niet te veel lastig. En hij dacht: ze is zeker ergens chagrijnig over. Ik hou wel mijn mond.

We dachten dus allebei iets over de ander. Gingen ons ernaar gedragen. En verzuimden om bij de ander te checken wat er nu precies aan de hand was.

Later bleek dat hij zijn gedachten gebaseerd had op de manier waarop ik op mijn toetsenbord aan het rammelen was. Nu heb ik zo’n ergonomisch toetsenbord dat gedeeld is en een beetje bol staat. Als je daar wat harder of sneller op typt, dan klinkt het nóg harder vanwege de ruimte onder de bolling (klankkast). Dus als ik een goed idee heb, of even lekker hard zit te werken, dan tik ik me gek en dan hoor je dat heel goed! Maar of ik dan chagrijnig ben? Nee dus, niet per sé. Het is natuurlijk heel goed mogelijk dat ik een keertje chagrijnig heb zitten typen en dat dit net zo klonk. Ja, dat kan. Maar de keren dat ik gewoon hard aan het werk was zullen de overhand hebben gehad.

Het probleem was dus dat we allebei gedrag gingen vertonen op basis van aannames over de ander. Zonder dit te checken.

En daarmee doe je jezelf en de ander te kort. Want we hadden misschien wel veel leukere kamergenoten voor elkaar kunnen zijn, als we allebei minder in de aannames waren blijven hangen.

Hoe kun je nu communicatieproblemen voorkomen?

Daar kan ik heel kort over zijn: communicatieproblemen zijn niet te voorkomen. We zijn allemaal mens. En we zijn allemaal anders gevormd, waardoor we allemaal op onze eigen individuele manier waarnemen, interpreteren en reageren.

Wat we wel kunnen doen is de kans op communicatieproblemen zo klein mogelijk te maken. Hieronder volgen 7 tips.

1. Wees je bewust van je communicatie

Je communiceert altijd. Ook als je niets zegt, communiceer je. Wees je daarvan bewust. De ander pikt signalen van jou op en interpreteert deze op zijn eigen wijze. Het kan dus zijn dat de ander meer van jou ‘hoort’, dan dat jij je bewust bent. Het kan dus ook zo zijn dat de ander iets anders van je hoort, dan je in de gaten hebt. En andersom geldt dit ook. Wat jij ziet  

2. Stel vragen

We zijn geneigd te denken dat we wel weten wat de ander bedoelt. Zeker als het iemand is die je langer kent. En soms klopt dat, dan heb je aan een half woord genoeg. Maar soms klopt het ook niet.

Als iets niet duidelijk is, vul het dan niet in voor een ander. Denk niet: hij zal wel … bedoelen. Maar stel dan vragen: ‘ je zei net …. Heb ik het goed begrepen dat …’. Of: ik zag je net … doen: wat betekent dat precies?

3. Verplaats je in de ander

Mensen doen soms ogenschijnlijk rare dingen. Of ze zeggen dingen waar je van schrikt, of boos of verdrietig van wordt.

Weet dat bijna niemand de intentie heeft om anderen moedwillig te kwetsen. Een van de NLP-vooronderstellingen is: ieder gedrag heeft een positieve intentie (op dat moment, voor die persoon).

Er is dus een positieve intentie, anders zou de ander dit gedrag niet vertonen. Het gedrag van de ander heeft daarmee meer met hemzelf te maken,dan met jou.

Als je in een situatie komt waarin je de neiging hebt om boos of verdrietig te worden naar aanleiding van de communicatie van een ander, tel dan eens tot 10 en vraag je daarna af: waarom doet die ander dat? Wat wil de ander daarmee bereiken?

Je verplaatst jezelf als het ware even in de schoenen van de ander. Kijk door de ogen van de ander naar de situatie. Dit leidt tot meer begrip voor de ander. Vaak kom je er dan ook achter wat de ander wil.

4. Betrek het niet persoonlijk

Uit het bovenstaande volgt eigenlijk al vanzelf de volgende tip: maak het niet persoonlijk.

Het gedrag en de communicatie van de ander zegt iets over hemzelf, niet over jou. Misschien is hij gehaast en heeft hij daarom weinig geduld. Of misschien doe je hem denken aan iemand van vroeger. Iemand waarmee hij een moeilijke band had, of een nare herinnering aan heeft. Misschien is zijn kind ziek en maakt hij zich zorgen.

Verplaats je in de ander (tip 3) en stel vragen (tip 2).

5. Wees expliciet

Wees duidelijk als je met een ander praat. Gebruik woorden die geen uitleg nodig hebben. Of leg steeds goed uit wat je met een woord bedoelt.

Als je iemand vraagt of hij tussen de middag jouw hondje wil uitlaten, dan is het begrijpelijk dat de ander wel even staat te kijken als je met een Deense dog aan komt sjouwen. Die had misschien een chihuahua verwacht.

Vooral in een zakelijke omgeving komt het nogal eens voor dat er bepaalde woorden worden gebruikt, waar (zonder uitleg daarvan) iedereen een andere invulling aan kan geven. Wat wordt er precies bedoelt met ‘ vakkundig’, ‘gedreven’, of ‘klantgericht’ ? Wat wordt er precies van jou verwacht?

6. Wees congruent

Wat bedoel je precies met congruent? Daarmee bedoel ik: als je iets zegt, zorg er dan voordat je het ook echt meent. Je zegt iets en als je dat meent, dan straal je dat ook uit. De ander zal het merken aan de manier waarop je het zegt, waarop je kijkt en hoe je lichaamhouding is.

En andersom geldt het ook: als je niet meent wat je zegt, dan zal de ander dat ook opmerken.

Een goed voorbeeld hiervan zijn verkopers in een winkel. Ik heb wel eens gehad dat ik in een kledingwinkel was en dat de verkoopster bij alles wat ik aantrok zei: ‘Leuk! Dat staat je heel goed!’ Terwijl ik zeker wist dat dit echt niet het geval was. Denk je dat ik daar iets heb gekocht? Ik ga liever naar de kledingwinkel waar de verkoopster eerlijk durft te zijn en zegt: ‘nee, dat is niks, trek maar gauw uit.’ Zij is niet bang om ‘niet te verkopen’ en daardoor verkoopt ze juist meer!

Als je niet lekker in je vel zit, dan straal je dat vaak uit. Een ander kan dat oppikken. En als die ander dan vraagt of er iets is en je zegt: ‘nee hoor’. Denk je dan dat de ander je gelooft? Nee toch? Einde gesprek en je mist een kans om je hart te luchten. Of samen te kijken wat je kunt doen om je beter te voelen.

7. Luister ook écht – wees present

Deze laatste tip is misschien wel het meest vanzelfsprekend (open deur) en eigenlijk ook de grootste uitdaging.

Luister naar de ander. Wees met je aandacht bij de ander. Laat de ander zijn verhaal doen. Om maar een moderne uitdrukking te gebruiken: wees mindful. 

Want hoe vaak gebeurt het niet dat iemand je iets vertelt en dat je al na 2 zinnen denkt te weten wat de ander wil zeggen en daar dan al op gaat reageren?

Of iemand vertelt iets en je denkt: dat heb ik ook meegemaakt. Je gedachten dwalen af naar jouw eigen ervaring en páts, je hoort helemaal niet meer wat de ander vertelt.

Of je stelt de ander een vraag, uit beleefdheid. Maar eigenlijk wil je heel erg graag jouw verhaal vertellen. Dus de ander geeft antwoord op jouw vraag. Maar je hoort hem helemaal niet, want je zit vol met je eigen verhaal. Je reageert misschien wel met korte antwoorden (ja, precies, ok) en je denkt: ‘schiet op met dat verhaal, want ik wil het mijne vertellen’.

En dan nog de situaties dat iemand iets vertelt, maar jij bent ondertussen bezig met je telefoon (appjes, mail, facebook), of je zoekt je sleutels, of je bent in gedachten je boodschappenlijstje aan het maken.

Allemaal voorbeelden van het feit dat je met jezelf bezig bent, en niet met de ander. Je doet net of je luistert, maar ondertussen hoor je het maar half. En laten we eerlijk zijn, wie maakt zich hier niet schuldig aan?

Dit gedrag zorgt voor ruis op de lijn, misinterpretatie, de ander voelt zich niet gehoord. En uiteindelijk leidt dit gewoon een minder goed contact.

Betere communicatie – betere relaties

Ik hoop dat je iets herkent in het bovenstaande en dat je vanaf vandaag de tips gaat toepassen. Zodat je vanaf vandaag bewuster communiceert. Luister goed, kijk goed naar de lichaamstaal van de ander, stel vragen, wees open, wees present, wees even écht bij de ander, Je zult zien dat dit je veel betere relaties oplevert!

 

Uit de praktijk van een leefstijlcoach (deel 1)

Ze kwam bij me langs. Ze was al een tijdje zichzelf niet en zat niet lekker in haar vel. Weinig energie. Huilerig. Ze kon zich slecht concentreren. Ze was gestrest en angstig. Bovendien was ze al een tijdje niet lekker, een hardnekkige verkoudheid. En dan was ze nog kilo’s aangekomen. En daar wilde ze vanaf. Ze wilde zich weer energiek voelen, zin in het leven hebben, dingen aanpakken en een paar kilo afvallen. Ze wilde weer haar ‘oude ik’ worden.

Ondertussen moest ze een beetje huilen. Ik gaf haar een zakdoekje. En een kop thee. En liet haar even tot zichzelf komen.

Daarna vroeg ik of ze wist wat er was gebeurd, waardoor ze zichzelf niet meer was. Daar hoefde ze niet lang over na te denken. Al pratende kwamen we er achter dat er veel was gebeurd in haar leven de afgelopen tijd. Ze had haar vader verloren, een goede vriendin was ziek geworden, het ging niet goed in het bedrijf waar haar man werkte en ze vond haar eigen werk niet meer zo leuk, maar ze durfde in deze omstandigheden niet van baan te veranderen. Ze merkte dat haar kinderen reageerden op de stress en haar korte lontje, door drukker te zijn en meer aandacht te vragen. Kortom: niet leuk en het groeide haar allemaal boven het hoofd.

Ze frommelde aan het zakdoekje. Door alle stress en zorgen sliep ze slecht. Ze was super vermoeid. En daarom nam ze elke avond een glas wijn. Of twee. Niet dat het hielp, want ze werd nog steeds elke ochtend om 4 uur wakker. En dan ging de ‘pieker-machine’ aan. En ze was gaan snoepen. Vooral chocolade. Ze kon er in de supermarkt geen weerstand aan bieden en als ze eenmaal thuis in de kast lagen, dan hoorde ze de repen haar naam roepen.

En daar wilde ze dus van af.

Uit de shit…

Het verhaal van deze dame is uniek in de zin dat het háár verhaal is. Maar het is een verhaal dat veel mensen wel zullen herkennen. Er gaat iets niet helemaal lekker. Er komt iets bij dat jouw aandacht vraagt. En nog iets. Nog iets. En op een bepaald moment zijn er zoveel dingen aan de hand, dat je het gevoel krijgt dat je geleefd wordt. Dat je er geen controle meer over hebt. Dat het je overkomt. En dat je maar te incasseren hebt.

En in zekere zin is dat ook zo. Het leven komt zoals het komt. We maken allemaal leuke en minder leuke dingen mee. En soms is er sprake van een tijdlang alleen maar leuke dingen. Dan voelt het alsof je op een wolk leeft. Alles gaat vanzelf. En soms zijn er momenten dat alles tegen lijkt te zitten. Dat alle shit tegelijkertijd over je heen wordt uitgestort. En dan weet je even niet mee hoe je daar moet uitkomen.

Maar, zoals ik eerder al schreef: je hebt een keuze. Dingen gebeuren. Het is aan jou hoe je er mee omgaat.

Deze dame koos ervoor om niet haar kop in het zand te steken, maar actief met haar problemen aan de slag te gaan.  “Uit de praktijk van een leefstijlcoach (deel 1)” verder lezen

Kiezen geeft energie!

Sta je er wel eens bij stil hoeveel keuzes je maakt elke dag?

Dat begint al bij het opstaan. Welke kleren doe ik aan, wat zal ik voor ontbijt nemen, hoe laat ga ik naar mijn werk, ga ik op de fiets of met de auto, doe ik wel of geen jas aan, etc.

En dit zijn dan nog maar de kleine, dagelijkse keuzes. Keuzes die je min of meer onbewust maakt. Vaak zijn het snelle keuzes. Keuzes ‘on the go’.

Maar hoe gaat dat dan met grote keuzes? Levenskeuzes. Keuze voor een opleiding, een partner, om te verhuizen of van baan te veranderen. De keuze voor het krijgen van kinderen. Keuze voor het verbreken van een relatie. Heb je je wel eens afgevraagd hoe je dat soort keuzes maakt?

Denk je er lang over na of kies je snel en intuïtief?

Deel je jouw gedachten met niemand of praat je juist met anderen over jouw keuzemogelijkheden?

Zie je alleen de positieve gevolgen van je keuze? Of alleen de negatieve gevolgen en de dingen die je gaat missen als je kiest? 

Ben je tevreden met jouw keuzes, of heb je vaak spijt?  

Eén van de lastigste dingen in het leven

Het intrigeert me. Keuzes maken. De afgelopen tijd word ik me er steeds meer van bewust dat een keuze maken of een beslissing nemen misschien wel één van de lastigste dingen in het leven is.

Ik herinner me nog heel goed dat ik het als kind al erg moeilijk vond om te kiezen. Mijn ouders vroegen in de vakantie bijvoorbeeld: ‘wat wil je vandaag gaan doen?’ En mijn antwoord was vaak: ‘maakt mij niet uit’. Het maakte mij oprecht ook niet uit, want ik vond heel veel dingen leuk. Dierentuin of pretpark. Allebei leuk toch? 

Soms is niet kunnen, willen of hoeven kiezen helemaal geen probleem. 

In andere situaties wist ik precies wat ik wilde. Of beter: wat ik niet wilde. Dan was de keuze snel gemaakt. Bijvoorbeeld een paar hele mooie lakschoenen die mijn moeder voor me had uitgezocht toen ik een jaar of 5-6 was. Die schoenen vond ik dus verschrikkelijk! Die had ik zelf nooit gekozen. En die ging ik dus ook niet dragen. 

In dit geval was kiezen wél belangrijk voor mij en had ik graag gewild dat er iets te kiezen was geweest. Ik had graag de keuzemogelijkheid gehad en dan andere schoenen gekozen, die ik leuker vond. 

Niet kiezen is ook een keuze

Best een lastig onderwerp, dat keuzes maken. Vaak hoor je dan ook dat mensen zeggen: ik heb geen keuze. Het is nu eenmaal zo. Het overkomt me. Veel mensen hebben het gevoel dat ze niets te kiezen hebben. Dat ze het moeten doen met wat gisteren hun bracht en wat deze dag hun brengt. En de volgende dag en de volgende dag…

Dat ze het moeten doen met wat er op hun bordje komt. Met wat een ander op dat bordje voor hun opschept. Zonder dat ze kunnen aangeven of ze datgene wat ze opgeschept krijgen wel willen hebben. En zonder aan te geven dat het zo wel genoeg is.

En dan denk ik: is dat zo? Heb je echt geen keuze? Of kies je ervoor om niet te kiezen? Om alles bij het oude, vertrouwde te laten. Ook al is het oude, vertrouwde niet helemaal hoe je het graag wil hebben? Dan is niet kiezen dan toch eigenlijk ook gewoon een keuze?

Vier redenen om wel te kiezen

  1. Een verkeerde beslissing bestaat niet

Veel mensen kiezen niet, vanwege angst. Je bent ergens niet gelukkig mee. Maar je kiest niet omdat je vertrouwt bent met de situatie. Ook al is het niet datgene waar je gelukkig van wordt: je weet wat je hebt, het is vertrouwd terrein en dat is veilig. Je weet niet wat je krijgt als je kiest en dat boezemt angst in.

Zo heb ik jarenlang een baan gehad waarin ik niet helemaal gelukkig was. Het was een goede baan, bij een geweldig bedrijf, met fijne collega’s. En toch was ik er niet erg gelukkig. Ik was zelfs heel erg gestrest vanwege die baan. Maar ik wist wat ik had. Een goede baan bij een geweldig bedrijf met fijne collega’s. En dat maakte dat ik bleef. Want beter dan dit zal het waarschijnlijk niet worden. En daarbij komt dat ik een ziekte heb, die elk moment kan gaan opspelen. Stel je voor dat ik net in mijn proeftijd zit bij mijn nieuwe baan. Dan wordt mijn contract niet verlengd en dan heb ik niets.

Wij mensen zijn geprogrammeerd voor angst. Kijk maar eens naar het nieuws. Dat gaat grotendeels over dingen die angstig maken. Erge dingen die gebeurd zijn. En erge dingen die mogelijk nog zouden kunnen gebeuren. Dingen die ons misschien nog te wachten staan.

Angst verlamt en zorgt ervoor dat je geen actie onderneemt. Maar je kunt je afvragen: is de angst reëel? Hoe vaak gebeurt het dat je ergens over piekert en dat het uiteindelijk anders loopt dan gedacht? Vaak gebeurt datgene waar je bang voor bent helemaal niet!

Je kunt angst relativeren door je af te vragen: wat is het ergste dat er kan gebeuren? Je zult merken dat dit vaak best wel meevalt.

Gebruik de angst om juist wél in actie te komen. Stel jezelf de goede vragen:

  • Waar ben je precies bang voor (wat zit erachter de angst)?
  • Is die angst wel reëel?
  • Wat kun je doen om te voorkomen dat hetgeen waar je bang voor bent ook daadwerkelijk gebeurt?
  • Kun je scenario’s bedenken, zodat als het wél gebeurt, je weet hoe je ermee om moet gaan?

Denk eens terug aan die momenten dat je dingen hebt gedaan, waar je bang voor was. Als je achteraf omkijkt, zul je zien dat datgene waar je bang voor was niet is gebeurd. Of dat je er veel van hebt geleerd, er dat je er juist sterker door bent geworden, of dat het beter was dan je ooit had kunnen dromen. Er bestaan dus eigenlijk geen slechte keuzes!

2. Kiezen is groeien

Als je niet kiest, dan blijf je in dezelfde situatie zitten. In je comfortzone. En dat voelt veilig en vertrouwd. Zelfs al zit je er niet lekker en ben je er niet tevreden. Je weet wat je hebt en je weet niet wat je zult krijgen als je kiest.

Zo blijven veel mensen heel lang in dezelfde baan zitten. Ze kijken niet om zich heen. Dat is op zich geen probleem. Maar wat er gebeurt is dat deze mensen zichzelf een mogelijkheid ontnemen om te groeien. Want alleen als je uit je comfortzone durft te stappen, kun je groeien.

Nu hoor ik vaak mensen zeggen: je hoeft toch niet altijd te groeien? Als het goed is, is het goed.

Ik vind dat je jezelf tekort doet als je dit zegt. Ten eerste is alles in de wereld ingesteld op groei. En na de groei gaat het dood. Als een bloem niet meer groeit en bloeit, verwelkt hij en gaat dood. Dat is een natuurwet. En dat geldt ook voor mensen. Je moet groeien en bloeien om het leven ten volle te kunnen leven.

Ten tweede: nu zit je misschien nog wel lekker in je baan, maar de wereld om ons heen verandert in een rap tempo. De banen van enkele jaren geleden bestaan soms niet eens meer. Wie niet groeit en meebeweegt in de snel veranderende arbeidsmarkt, zet zichzelf uiteindelijk buiten spel. Je bent uiteindelijk minder goed inzetbaar en daardoor loop je eerder kans op ontslag dan een collega die zichzelf wel heeft ontwikkeld. Die wel heeft gekozen voor groei.

Groei is ervoor kiezen om nieuwe dingen te doen en te ontdekken. Bijvoorbeeld: lid worden van een sportclub, vrijwilligerswerk oppakken, een ander type boek lezen, op een receptie met een onbekende praten, een weekeinde naar een vreemde stad gaan, enzovoort.

3. Kies voordat er voor jou gekozen wordt

Dan is er nog de factor tijd. Het uitstellen van beslissingen. Misschien herken je dat wel. ‘Nu even niet, want het kan altijd nog.’ ‘Straks is een beter moment.’ ‘Er zijn nu andere dingen die mijn aandacht vragen.’ Er zijn altijd redenen te bedenken om beslissingen uit te stellen.

Maar besef dat uit onderzoek is gebleken dat oude mensen aan het einde van hun leven aangeven vooral spijt te hebben van de dingen die ze níet gedaan hebben. En niet van de dingen die ze wel gedaan hebben.

En er bestaat niet voor niets een spreekwoord: van uitstel komt afstel. Door uit te stellen kan het gebeuren dat jouw kans verkeken is, dat je te laat bent. Dat de omstandigheden zodanig verandert zijn, dat je niet meer kunt doen wat je had gewild. Dan wordt er voor jou gekozen.

Er kan namelijk van alles gebeuren in het leven. En het komt bijna altijd onverwacht. Ziekte, overlijden, het ineenstorten van de economie, het verlies van je werk.

John Lennon zong er al over: “Life is what happens to you, while you’re busy making other plans.”

Het juiste moment bestaat niet. Als je iets wilt, kies er dan voor om het gewoon te gaan doen. Voordat het te laat is.

4. Kiezen geeft energie

Als laatste wil ik eindigen met waarmee het artikel begon. Niet kiezen kost vaak heel veel energie. En tijd. En soms ook geld. Of vriendschap. Niet kiezen kan zelfs leiden tot overspannenheid of burn-out. 

Want soms is er in het leven gewoon sprake van een keuzemoment. En je kunt dat moment wegdrukken, door niet te kiezen en je keuze uit te stellen. Maar wat gebeurt er dan? Je blijft bezig met die keuze. Je denkt er steeds aan. Aan alles wat er moeilijk aan is, of niet leuk, of verdrietig. En zo blijf je steeds met die keuze bezig. Het wordt een enorme energielek. Het kost je tijd. Want door met de keuze bezig te zijn, kom je niet toe aan andere dingen. Misschien kost het je zelfs (indirect) geld. Of vriendschappen, omdat je niet meer zo gezellig bent met anderen, of dat anderen wel keuzes maken en zich ontwikkelen en in een andere levensfase komen.   

En uiteindelijk kom je er na verloop van tijd achter dat je toch echt de knoop moet gaan doorhakken, omdat het niet meer zo kan.  De uitgestelde keuze dringt zich steeds weer op. De situatie is onhoudbaar. Of kost je meer dan je had gehoopt.

Dan heb je een hoop energie verspeeld, die je ook aan iets anders, iets leuks had kunnen besteden. Of energie en tijd die je had kunnen besteden aan die nieuwe situatie waarvoor je nu gekozen hebt. Zodat je daar  al wat stappen in had kunnen zetten. 

 

Dus: kies voordat er voor je wordt gekozen! Je kunt nooit de verkeerde keuze maken. Kiezen is groeien. Kiezen is meer in het hier-en-nu leven. Kiezen is minder stress en minder zorgen. Kiezen geeft energie! 

 

Ik hoop dat je iets aan dit verhaal hebt gehad. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met dit onderwerp. Laat je een bericht achter?

Last van uitstelgedrag? 7 tips voor uitstellers

Heb jij ook wel eens last van uitstelgedrag? Dat je je voorneemt om iets te gaan doen en dat er dan allerlei redenen zijn dat je niet echt begint? Totdat er echt geen tijd meer is en je dan heel erg hard moet werken om de deadline te halen. Pfoeh, je haalt de deadline wel altijd. Maar het is stressvol. Ook omdat je elk moment dat je niet bezig bent met wat je moet doen, er wel steeds aan denkt. En je dan schuldig voelt. Herkenbaar toch?

Confronterend

Ik was vrijdag op een seminar waar dit onderwerp aan bod kwam. En toen werd het me wel heel erg duidelijk dat ik erg goed ben in uitstellen. Ik betrapte mezelf er vanmorgen nog op. Ik heb beloofd om vandaag een leefstijl- en voedingsadvies te maken voor een klant. En ik wil nog iets aan mijn website doen. En ik wil naar de sportschool (ook belangrijk!). En ik moet nog wat boodschappen doen. Genoeg te doen dus. Ik ben op tijd opgestaan. En vervolgens heb ik om 12 uur ’s middags nog niets van dit lijstje gedaan.

Want er is nog mail te lezen en beantwoorden. Even Facebook checken. Een filmpje kijken. Gezellig koffie drinken met mijn partner. En nog een was doen. Oh, er ligt nog was om op te vouwen. Dan doe ik dat ook maar even nu. Zal ik nog even…en het is alweer 12 uur.

De tijd vliegt. Ik zit niet stil. Ik doe genoeg. En toch doe ik soms ook niks. Met als gevolg dat ik altijd maar ‘druk druk druk’ ben. Maar niet met wat ik eigenlijk wilde doen.

Ik denk dat dit best herkenbaar is, toch?

Wat kun je hier nu aan doen?

Allereerst moet je uitzoeken wat maakt dat je iets uitstelt en andere dingen voor laat gaan:

  • Vind je het niet leuk?
  • Is de klus te groot?
  • Vind je het moeilijk?
  • Weet je niet waar je moet beginnen?
  • Is er gewoon te veel afleiding om je heen?
  • En als het gaat om iets waar anderen iets van kunnen of moeten vinden: ben je misschien bang voor de reactie van die anderen?

Het is heel belangrijk om inzicht in te hebben in de achterliggende reden voor het uitstellen, zodat je er iets aan kunt doen.

Mijn 7 tips tegen uitstelgedrag

 

1. Maak onderscheid in belangrijke en niet belangrijke zaken

Maak onderscheid tussen dingen die belangrijk zijn en dingen die minder belangrijk zijn. Minder belangrijke dingen die doe je niet (delegeren), of pas later als je tijd over hebt. Maak eerst wat tijd vrij voor belangrijke dingen die niet zo snel gedaan hoeven te worden. Anders loop je het risico dat je de hele dag bezig blijft met dingen die wel haast hebben. Brandjes blussen. Ikzelf ben erg goed in brandjes blussen. En als ik daar eenmaal mee bezig ben, dan heb ik zo veel onrust in mijn lijf, dat ik maar brandjes blijf zoeken om die te blussen. Dan komt er niets van dat grote rapport dat ik nog moet schrijven. Met als gevolg dat ik na een dag werken moe ben vanwege het rennen en vliegen. En dat ik eigenlijk niet altijd een tevreden gevoel heb. Omdat dat ene belangrijke rapport nog steeds op me ligt te wachten.

2. Maak een planning

Maak een planning. Het liefst een weekplanning. Maar als je nu nog niet zo bekend bent met plannen, maak dan een dagplanning. Maak bijvoorbeeld aan het einde van je werkdag een planning voor de dag erna. Begin de dag met de klussen die je moet doen. Begin dus niet ’s morgens met je email! Zie tip 1. In de email zitten vaak niet-urgente en niet belangrijke zaken. Mail is een grote bron voor afleiding. Plan je dag niet helemaal vol, zodat je ook nog tijd hebt voor onverwachte dingen. En zodat je ook nog tijd hebt voor leuke dingen.

3. Zeg eens vaker ‘nee’

Als je een klus niet leuk vindt, zeg er dan ‘nee’ tegen. Er is vast iemand anders die de klus ook kan doen.

Als dat niet gaat, vraag je dan af hoe belangrijk die klus is. Moet het vandaag? Begin er dan mee. Kan het ook op een ander moment? Plan dan op een ander moment tijd in.

4. Maak een grote klus overzichtelijk: deel hem op in kleinere klussen

Als een klus erg groot en onoverzichtelijk is, probeer hem dan op te delen in kleinere klussen. Plan elke dag (of zo vaak als nodig) deze kleinere klussen in. Zo werk je stapje voor stapje aan je klus en komt het einde stapje voor stapje in zicht. Het leuke hiervan is: steeds als je een deel van de klus klaar hebt, kun je even blij en tevreden zijn. Zo heb je vaker voldoening van je harde werken.

5. Vraag om hulp!

Als de klus moeilijk is, probeer dan te analyseren wat precies moeilijk is. Welk onderdeel van de klus vind je lastig. Is er iemand die je daarbij kan helpen? Veel mensen vinden het leuk als ze iemand kunnen helpen. Terwijl veel mensen het niet zo gemakkelijk vinden om hulp te vragen. Zonde!

6. Zorg voor minder afleiding

Focus je op datgene wat je zou gaan doen. Als er teveel afleiding om je heen is, kijk dan eens wat je daaraan kunt doen. Voor mijzelf geldt dat het uitmaakt in welke ruimte in huis ik zit te werken. Als ik achter mijn bureau zit, met de PC daarop, administratie in mijn werkbak op het bureau, de wasmachine in de buurt en een piepende telefoon naast me, dan wordt ik snel afgeleid. Dat geldt ook voor rommel om me heen.

Als ik beneden ga zitten, heb ik alleen mijn laptop, zonder mail- en Facebook-notificaties. Geen rommel om me heen, geen volle wasmand in de buurt. Ik zet mijn telefoon op de vliegtuigstand. Minder afleiding, dus daar kan ik beter doorwerken.

7. Laat je gedachten gaan

Misschien herken je dat wel. Ben je eenmaal begonnen, dan denk je ineens aan die verjaardagskaart die je nog moet sturen. Of de plantjes die nog water moeten. Of dat je een telefoontje moet plegen. Prima. Schrijf het op. Maar ga het niet doen. Blijf zitten. Laat je telefoon op de vliegtuigstand. Ga door met wat je aan het doen was.

Bonustip

Multitasking bestaat niet. Ja, dat weet ik helaas ook nog niet zo heel lang. Als je twee (of meer) dingen tegelijk doet, dan doe je eigenlijk steeds maar één ding, gevolgd door het tweede ding en dan weer het eerste ding, gevolgd door het tweede ding. Je schakelt dus steeds tussen twee dingen. Je verliest daarmee heel erg veel tijd. Je bent sneller als je eerst het ene doet en daarna het andere. Dus stop met multitasken.

En ja dames, dat geldt ook voor ons.

 

Heel veel succes met deze tips. En stel het niet te lang uit om ze toe te passen!

Ik begin er morgen mee.

 

Laat je mij weten of je hier iets aan hebt?